Waarom ‘Omdat je mij leuk vindt’ soms niks zegt over hoe leuk iemand is

Ik zie moeder steeds naar haar kijken. Het is lang geleden dat ze haar dochter bracht. Meestal komt vader mee die dan zelf een uurtje gaat sporten terwijl dochterlief jiujitsu les volgt.

Zeven jaar is ze als ze op jiujitsu komt. Eigenlijk nog wat te jong, maar haar motoriek is uitstekend. Klein van gestalte en met een stevig eigen willetje neemt ze haar plek in. Ze is erg kieskeurig wat betreft haar partners. Vaak trainen de jiujitsuka’s in een twee- of drietal. Na een aantal lessen wordt me duidelijk dat ze gewend is haar zin te krijgen. Regelmatig vindt ze een oefening saai, of vindt ze haar partner niet interessant genoeg. Met een glimlach maak ik haar dan duidelijk dat herhaling en het wisselen van partners helpt om beter te worden. Ze is slim, neemt zaken gemakkelijk tot zich, maar verveelt zich snel als een partner het niet snapt of slecht met haar afstemt. Ze vertoont af en toe prinsessengedrag. Ik vind het vermakelijk en begrijp haar. Toch confronteer ik haar regelmatig als ze in dit gedrag schiet. Ik leg haar dan uit dat het belangrijk is om met iedereen te trainen en dat haar voorkeur gedrag andere kinderen opvalt en dat ze dan het risico loopt dat de andere kinderen dat niet accepteren. Door het gesprek en de aandacht die ik haar dan geef weet ze meestal vrij snel te schakelen. Nu na drie jaar ligt ze goed in de groep en heeft ze haar plek gevonden.

Ik loop naar moeder toe en vraag haar hoe het gaat. Het is even stil en dan vertelt moeder dat haar dochter af en toe niet meer wil leven omdat ze op school zo gepest wordt. Ik voel ongeloof en verbazing. “Hoe kan dat? Hier bij de jiujitsu lessen merk ik daar echt niks van.”

“Dat klopt wel”, zegt moeder, “ze heeft het hier naar haar zin. We zoeken hulp voor haar, maar dat kan nog maanden duren.”

Ik loop nog wat beduusd naar binnen en zoek dochterlief op.
“Word jij gepest op school?” vraag ik haar. Ze knikt en vertelt hoe erg het is en, als klap op de vuurpijl, dat ze naast een paar jochies zit die haar steeds klieren en uitdagen.
“Heb je dit al met de meester besproken?”
“Nee nog niet.”
“Hoezo niet dan? Op deze manier kan hij je toch niet helpen?”
Ze haalt haar schouders op.
“Word je hier bij jiujitsu ook wel eens gepest?’
“Nee bij jiujitsu word ik niet gepest.”
“Hoe kan dat dan?’

Omdat jij mij leuk vindt.”

Wauw wat een analyse en besef van hoe het een en ander werkt. Feilloos legt ze hiermee de vinger op de zere plek waarom pestgedrag ontstaat. ‘Omdat jij mij leuk vindt’ drukt uit dat ze zich door mij als leider van de groep geaccepteerd voelt en hiermee haar plek in de groep krijgt. Omdat ik als leider haar onvoorwaardelijk accepteer zal ze ondanks haar ‘prinsesjes gedrag’ niet worden uitgestoten of gepest. Door mijn acceptatie richting haar is er ook acceptatie vanuit de groep. De groep weet dat ik haar af en toe lastige gedrag corrigeer en zij weet dat ik de groep zo nodig corrigeer. Ik zeg vaak tegen kinderen wiens gedrag ik corrigeer: ”Je weet dat ik je leuk vind, maar wat je nu doet is niet leuk.’  Ik bevestig daarmee de relatie en corrigeer het gedrag.

Na deze opmerking kijk ik haar aan en zeg haar:
“Ga toch maar aan de meester vertellen dat je last hebt van die jongens. Als jij niks zegt kan hij het niet weten. Dat is hetzelfde als met afkloppen bij jiujitsu. Zodra je pijn hebt of je zit vast in een greep, klop je af of zeg je stop om de ander duidelijk te maken dat hij/zij moet stoppen. Jij vergeet dit tijdens de les ook wel eens en dan moet je huilen omdat iemand te ver is gegaan. Maar die ander weet niet dat jouw grens al is bereikt. Wees duidelijk naar de ander, dus ook naar je meester.”

Ze kijkt me aan met haar slimme ogen en knikt dat ze het snapt.

Een paar weken later, terwijl ze vrolijk rondhuppelt, vraag ik haar hoe het gaat.
“Ik heb tegen de meester gezegd dat ik gepest word en graag ergens anders wil zitten, omdat vooral die twee jongens naast mij heel erg klieren en andere kinderen dan mee gaan pesten. De meester heeft met ons allemaal gepraat en vond het goed dat ik ergens anders ging zitten. Ik word hierdoor niet meer gepest. Ik denk dat dat ook komt omdat de meester mij leuk vindt.”

Ik ben blij voor haar, ze heeft op school haar plek gevonden mede door een meester ‘die haar leuk vindt’.